Door de wijziging van de Leerplichtwet in 1969 en de invoering van de Leerplichtwet voor schippers/en kermiskinderen werd de noodzaak voor een structurele subsidie aan schippersinternaten actueel.
In 1971 is de subsidie aan internaten voor kinderen van binnenschippers en kermisexploitanten in het leven geroepen. In eerste instantie gebeurde dit door de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschappen.
Sinds 1987 verleent de Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport (voorheen WVC) de subsidie en wordt een bijdrage verstrekt aan pleeggezinnen die deze kinderen huisvesten,verzorgen en opvoeden.
Per 1 januari 2010 werd door de minister voor Jeugd en Gezin (nu Ministerie van VWS) een nieuwe subsidieregeling vastgesteld voor rechtstreekse subsidiëring van het huisvesten,verzorgen en opvoeden van kinderen of pleegkinderen van binnenschippers,kermisexploitanten en circusartiesten.

Omdat de meeste binnenschippers,kermisexploitanten en circusartiesten niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats, moet voor woonruimte worden gezorgd voor hun schoolgaande kinderen.
Deze kinderen verblijven in een internaat of bij een pleeggezin. De subsidie ten behoeve van het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen en de bijdrage ten behoeve van de pleeggezinnen beoogt de financiële gevolgen van de invoering van de Leerplichtwet voor de binnenschippers, kermisexploitanten en circusartiesten te beperken.

Wanneer ouders of de wettelijke vertegenwoordiger(s) van een kind in verband met de gevolgen van onderwijs hun kind willen onderbrengen in een internaat of een pleeggezin van de voorkeur van de ouders of wettelijke vertegenwoordigers, worden zij hierin gesteund als zij hiervoor hun kind bij een internaat of pleeggezin aanmelden. De ouders of de wettelijke vertegenwoordiger(s) en het internaat of pleeggezin komen schriftelijk overeen,dat het internaat of pleeggezin zorg draagt voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van het kind en dat de ouders of de wettelijke vertegenwoordiger(s) ouderbijdrage afdragen aan Censis.

De sector is overeengekomen dat de inning van de ouderbijdrage centraal geschiedt via Censis. De voor de berekening van de ouderbijdrage benodigde inkomensgegevens wordt door Censis bij de ouders opgevraagd. Op basis daarvan wordt de ouderbijdrage berekend. Voor de vaststelling van de ouderbijdrage is een formule vastgesteld welke jaarlijks door het Ministerie van VWS wordt aangepast.

Een voorbeeld van de formule en een toelichting op de ouderbijdrage is op deze site bijgevoegd.

Formulier Ouderbijdrage 2011                Toelichting Ouderbijdrage 2011